De Nederlandse Identiteit

Máxima was in het nieuws. Zeven jaar geleden begon haar zoektocht naar “De Nederlandse Identiteit”. Voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid hield ze een speech over haar eigen zoektocht.

Dé Nederlandse Identiteit is door Máxima niet gevonden. Maar waar staat de Nederlander dan precies voor? Nederland is grote ramen zonder gordijnen zodat je goed naar binnen kunt kijken en één koekje bij de koffie, grapt Maxima. Gelukkig voor ons: dé Argentijn bestaat ook niet.

Máxima vindt in haar zoektocht een stereotyp. Stereotypen zijn niet altijd representatief, dat weet iedereen. Ik kwam toen ik jong was bij een puur Nederlands gezin, de man was boer en de vrouw deed het huishouden. Daar kreeg ik altijd twee speculaasjes bij de thee. Nederland is dus niet eens altijd één koekje bij de koffie. In Amsterdam is het op de begane grond maar wat moeilijk om naar binnen te kijken. We gaan even op flauwe wijze kort door de bocht en de identiteit is niet grote ramen en koekjes.

Het is op dit moment belangrijk om er achter te komen wat de Nederlandse identiteit precies is. Als we weten wat onze identiteit is, dan kunnen we die opnemen in onze inburgeringscursussen. Nu is het zo dat een immigrant die de Nederlandse identiteit wil aannemen eerst een leerboek vol bizarre wetenswaardigheden tot zich moet nemen die de meeste Nederlanders nog niet eens (willen) weten. We zijn druk bezig de Nederlander te definiëren, op te splitsen en te categoriseren.

Maar is een Nederlander in den beginne niet gewoonweg iemand die in Nederland woont? Ik snap het wel, het gaat om identiteit. Wat maakt ons uniek in de wereld zodat we kunnen voelen wat ons verbindt? Tuurlijk, tuurlijk. De Nederlander heeft het op dit moment moeilijk om zijn eigen identiteit te vinden en lijkt daarbij af en toe bijna te vergeten dat hij een mens is. En tegelijkertijd Amsterdammer, Alkmaarder, Haarlemmer, Europeaan en/of Wereldburger. Buurman en buurvrouw. Als we niet oppassen worden we eenlingen, behalve ten opzichte van de mensen die we kennen.

In de tijd dat blote Japanners op onze beeldschermen paraderen, we Amerikaanse jongens verkleed als meisje zien huilen om Britney en de Chinezen hun best doen om zoveel mogelijk plastic spullen aan ons voor heel weinig geld te verkopen is onze identiteit niet meer zo duidelijk aanwezig als eerst. Het wordt ons ook niet makkelijk gemaakt, want een topper van onze identiteit – de Elfstedentocht – heeft al jaren niet meer plaats gevonden. Amsterdam is niet meer GayTown van de wereld en we twijfelen over militairen die in het buitenland voor andere identiteiten vechten. Tegelijkertijd wordt de wereld groter en groter door het internet en het nieuws. Wie weet wordt onze identiteit daardoor ook breder.

Ik kan zeggen dat ik me in ieder geval wel een Nederlander voel. En daarmee bedoel ik dat ik goed door een deur kan met de meeste mensen die hier wonen en dit een fijn land vind om in te wonen. Natuurlijk zijn er mensen die dat moeilijk maken door mijn fietswiel te ontvreemden of door rood te rijden, maar ik hou me daar liever niet teveel mee bezig. Bij mijn identiteit hoort nog veel meer, ik ben een positivist, hard-fietser, treinreiziger, rolschaatser, vissen voerder, krantenlezer, vloerendweiler, autorijder, wijnliefhebber, mensen aankijker en consument. Maar wel een consument die een beetje nadenkt over wat hij met zijn consumeren aanricht. Deze dingen maken me niet per definitie een Nederlander maar geven me wel míjn identiteit. De meeste mensen zouden als je het ze zou vragen wel kunnen beamen dat ik de Nederlandse identiteit heb. Het staat in ieder geval op mijn paspoort gedrukt! Maar als ik een identiteit denk te hebben, hoe kan het dan dat WE geen identiteit lijken te hebben, of in ieder geval niet weten waaruit die bestaat? Doen we door alle invloeden zo ons best om één Nederlandse identiteit te vinden dat we alleen nog de verschillen zien? Dat we alleen nog weten wat niet onze identiteit is?

Ik denk dat dat komt doordat we op dit moment angstvallig bezig zijn om mensen in een hokje te plaatsen. Je houdt van Turks brood of Mexicaanse Burritos? Nou, dan moet je oppassen, want dat zijn de eerste tekenen dat je bijna je Nederlandse identiteit kwijt bent! Maar als je iets bent, kunt je tegelijkertijd ook iets anders zijn. Is niet een zeer kenmerkend feit van de Nederlandse identiteit dat we open staan voor andere invalshoeken en andere culturen? Twintig jaar geleden wist nog bijna niemand wat de Italiaanse pot schafte, laat staan de Perzische of Peruaanse. We hebben de afgelopen dertig jaar gretig diverse invloeden geaccepteerd om van onze simpele aardappelen-groenten-vlees-keuken af te komen. De pot schaft in ieder geval een aantal dagen per week iets anders. En dan geniet je des te meer van de boerenkool met worst, als je weer eens met je stamper in de keuken hebt staan prakken. Of er nu een Unoxworst bij zit, of een vegetarische Appie-Happie-worst. Misschien wel een lepel mosterd er door. Er was een tijd in Nederland dat er geen tomaten waren en dat is korter geleden dan je zou denken. Ik heb ooit eens een verhaal gehoord van een man die een hap van een tomaat nam en dacht dat het een appel was. Hij had nog nooit een tomaat gezien, laat staan geproefd. Alles verandert en onze identiteit verandert mee. Ik ben blij met tomaten.

Ik heb het idee dat we teveel naar de geschiedenis kijken als we onze identiteit proberen te vinden. Geschiedenis is belangrijk, dat is waar we vandaan komen, maar wat te denken van de toekomst, waar we naar toe gaan? Als een kwart van de jongeren eraan denkt om Nederland op korte termijn te verlaten, wat zegt dat over onze identiteit? Is voor een identiteit niet heel belangrijk waar je van droomt en wat je met de mensen waarmee je verbonden bent wilt bereiken? Waar we trots op zijn en waar we naar toe willen? Het consumentenvertrouwen is de laatste maand extreem gedaald. En bij dalend vertrouwen hoort een neerwaartse economie. De economie is niets anders dan een directe afspiegeling van het vertrouwen in de hoe het met ons gaat. Als we veel vertrouwen hebben zijn de beleggers blij en gaat het prima. Misschien omvat “de economie” in zekere zin ook wel het vertrouwen in onze identiteit. Dus: het is in uw eigen belang om wat positiever naar de wereld te kijken. Zet die iPod eens uit en maak een vriendelijke babbel met de mensen om je heen, vinden ze best leuk. Hinder mensen niet door aan de verkeerde kant van de weg te fietsen, daar gaan ze alleen maar onblij van kijken en onblije mensen stinken eerder naar zweet. Wees vrijgevig, complimenteus en hou je bezig met positieve dingen. Goed voor je hart, goed voor elkaar, goed voor je portemonnee.

Ik merk dat bedrijven de positieve weg al in zijn geslagen. Ik zie blije stickers van Chiquita (“je bent geweldig”) en Happy-Marsen. Doe mee en wees blij een Nederlander te zijn. Schrijf je voor de krant? Richt je op positieve dingen. Doet iemand iets goed? Zeg dat! Stop met klagen. En de beloning is: een leuk land om in te leven.

Onze grote roergangers in de politiek zijn aan het knokken. Knokken voor hun visie en dat is belangrijk. Tegelijkertijd slaat hun twijfel over op de Nederlander. Ze zijn het structureel oneens en Nederlanders weten het ook niet meer. Ik vind dat een regering, naast het beslissen wat belangrijk is en hoe we iedereen in het land zo goed mogelijk kunnen laten leven ook een inspirator mag zijn voor de inwoners, zodat de inwoners geloven in hun land. En als zij het niet doen, dan moeten de inwoners het maar doen, zodat we de politiek kunnen inspireren tot positivisme. Je mag alles zeggen wat je wilt, maar wat wil je nou eigenlijk zeggen? Wat vind je leuk om te zeggen? Denk daar voor jezelf eens goed over na.

Maar het allermooiste is Máxima. In bewonderenswaardig korte tijd is zij Nederlandse geworden, zonder haar Argentijnse identiteit te verliezen. Ze heeft ons een stukje identiteit gegeven, aan de zijde van Alex en haar trouwtranen op bandoneonklanken zijn een stukje van onze geschiedenis. Dat hoort bij ons en niet bij de Belgen, Fransen en Mongolen. Nu is het leuke dat Máxima, zoekend naar de Nederlandse identiteit, zelf juist deel uitmaakt van de Nederlandse identiteit. Dus, Máxima, het antwoord op je vraag ligt dichter bij jezelf dan je zou denken!

Aan de rest: Doe je mee? 🙂

En morgen gewoon weer een mooi plaatje…